En toen zat ik op de Ahoy met mijn ene metertje stand waarop mijn oude mensjes. Nooit had ik kunnen vermoeden dat ik de poppenring zou winnen. Met angst in mijn lijf ben ik naar Ahoy gereden, samen met mijn mentor Wil Drost, bij wie ik al 15 jaar op les zit. Zij heeft me steeds gemotiveerd om door te gaan. De eerste bezoekers durfde ik niet aan te kijken, bang dat ze zouden zeggen dat ze mijn poppen lelijk vonden. Maar ze bleven staan en begonnen te lachen. Ze werden er helemaal vrolijk van, zeiden ze. De meeste mensen bleven staan, bleven praten, wezen elkaar op de details en het geluk dat van mijn poppen afstraalde. Dat was wat ik wilde. Laten zien dat oude mensen blij en gelukkig kunnen zijn. Maar aan winnen heb ik nooit gedacht. Dat was voor professionele poppenmaaksters. Wie ben ik, in vergelijking met hen? Ik ben Lyda Linschoten, ben 60 jaar, doe voor het eerst mee en karakterpoppen hebben mijn voorkeur. Mijn eerste pop was Hortensia, een heks, gemaakt 15 jaar geleden in opdracht van mijn dochter. Zij moest oud en vies worden. Toen was ik al met rimpels en oude handen bezig. Uit handen spreekt zoveel, het harde werken, de zorgen, maar ook die handen hebben liefgehad en gekoesterd. Voor me ligt een pak Premier zelfhardende klei en een piepschuimen bal, en in mijn hoofd zit die kop met die mooie oude handen. Wat ben ik blij als na een jaar ik precies die pop voor me zie staan. Of ik heb een foto van een oud persoon. Lukt het me dan weer om precies die persoon uit de klei te halen? Zodat men dan zegt: ja, dat is ze! Uit een boek van Martine Bijl heb ik het kindje met het syndroom van Down nagemaakt. Dan zoek ik in boeken op wat de karakteristieken van dat syndroom zijn en probeer dat ook in de pop te maken. Ik heb ook een kindje uit China en een donker meisje gemaakt. Ik heb er niets mee omdat het te glad is. Het oude vrouwtje uit Martine's boek had gelijk mijn liefde. Ik wist meteen, dat is wat ik wil. Juist de Premier is zo geschikt om laag over laag te kleien. Eerst de basishanden, dan de pezen, dan de aders en tenslotte de gerimpelde huid erover. Met waterverf kleur ik de gevlekte blauwe aders. De mannen krijgen nog haar op de vingers. De ogen klei ik zelf en met waterverf kleur ik ze net zo lang, totdat ze gaan leven. In de ogen kan je angst leggen, blijdschap, de staar bij oude mensen. Ogen zijn immers de spiegels van de ziel. Mijn oude vrouwtje, die ik overigens van een foto heb gemaakt, heeft voor Ahoy een vrolijk oud mannetje gekregen. Hem heb ik baardstoppels gegeven. Wenkbrauwen maak ik ook zelf van haar en de wimpers plak ik stuk voor stuk op. De haartjes knip ik uit de pruik die ik ook zelf maak van stukjes stof of leer. En nu heb ik dus de poppenring gewonnen. Wat ben ik daar trots op. Graag wil ik iedereen bedanken voor de vele positieve reacties en natuurlijk voor hun stem op de beurs op mij. Ik geloof nog steeds niet in mezelf, maar blijf doorgaan met kleien, want geeft me zoveel plezier en geluk. Lyda Linschoten